maandag 9 juni 2014


De Pastobbe
8/9/2014 – Ik mis mijn eigen schaduw en zie alleen mijn wierspiegeling in de plassen waar ik doorrij. Inderdaad, het regent. Laarne is opvallend stil, is dit wel het kermisweekend? Bij Caritas in Melle doet mijn voorganger de bekende handzwaai om gevaar te annonceren. Ik rij echter recht in een diepe put. Steven, die achter me rijdt, zegt: ‘Hebbes!’ Geen scherpe randjes aan het putje en geen lek, goed zo.

Ondertussen ben ik nat en volgespat met modder, alle spatborden en ‘asssavers’ ten spijt. Kristof jaagt ons even over de Lange Munte, de gladde kasseitjes drukken het tempo. Volgen Zwalm, Roborst en Elst.
Geen regen meer en een zon die al vecht voor het bezit van de hemel. Eerste (h)euvel van de dag: de Berendries. De flyers gaan vooruit, de zwoegers volgen, de stervende zwanen sterven. Tempo jongens: op naar De Valkenberg. Eerst moeten we door de Kerkhofstraat, maar moet die eigenlijk niet ná de Valkenberg liggen? Net zoals zijn zus de week voordien meldt Joachim kettingpech: ‘Ja, ze ligt er af!’ Hij zal vanuit stilstand de klim doen.

In Sint-Goriks-Oudenhove de Hostellerie op, ook wel de Langendries genaamd. Langzaam stijgend, kronkelend Vlaams weggetje met soms een bestrating die het midden houdt tussen plaveien en klinkers. Of is dit een overblijfsel van de Via Romana?
Boven stelt Steven me gerust: ‘Vanaf nu in één rechte lijn bergaf naar huis!’ Het weer is nu in zomermodus en ik heb weer tijd om rond te kijken. Ik memoriseer de namen die ik lees: café De Blauwe Wolk in Zottegem,  café Rio in een onbekende bocht  en dan Duivenlokaal De Luchtklievers. Zouden ze hier al een winnaar op Barcelona gevierd hebben?

Nog een sprintje op de Scheldebrug en de rit zit erop. Vandaag verandert de Wastobbe in Pastobbe. Véronique loopt tussen de tafels heen en weer met kartonnen dozen en de nieuwe kledij wordt gepast, betast, besnuffeld en gekeurd.
De kerk slaat twaalf keer en ik fiets weg van Laarne, waar nog steeds absolute kermisstilte heerst.

Erfgoed

zondag 1 juni 2014


Controle!
1/6/2014 – De melk die ik drink op deze zondagmorgen vervalt op mijn verjaardag. Gelukkig geloof ik niet in toeval, pomp mijn banden op tot 8 en vertrek. Grijs in plaats van zonnig maar wie maalt daar nog om? Johnny neemt de hazewinden op sleeptouw en Demetrios verrast met ‘plat’ op vijftig meter van de Wastobbe. Het is alsof de duivel ermee speelt.

Van de tien jachtluipaarden die vanmorgen de moed hebben om te rijden, twee meisjes: Elke en ‘150 kroontjes-Katrien’. Geen sabotage van de vrouwenquota bij de Trappers. Fris voor de tijd van het jaar maar macho’s hebben nooit koud en wassen zich met ijs.
Ik rij naast Elke, van wie ik in de vorige ritten alleen het achterwiel heb gezien. De voorzitter is verkouden en heeft weinig olie in de lamp. Toch neemt hij de leiding en trapt richting Ladeuze en Wolvenberg met Dimitri aan zijn zij. Nederename lijkt wel dood als we er komen. Bakker dicht, broodautomaat bijna leeg. Alleen in een immobiliënkantoor schijnt een flauw TL-licht over de droomwoningen.

De Ladeuze ligt aan onze voeten en ik bekijk de helling met enig ontzag. Elke ziet de berg echter als een stout kind dat je met een paar kletsen weer in het gareel krijgt. ‘Ketting af’, roept Katrien maar de groep is al in het zwoegstadium en zegt: ‘ boven wachten!’ In nood kent men zijn vrienden.
Dan volgt de Wolvenberg. Erwin aarzelt, rijdt richting Volkegem en draait onmiddellijk terug. Een vriendelijk dame met hond zegt: ‘Ja, de Wolvenberg es noar ginter!’ Ik zeg: ‘Allez madam, we gaan ne keer naar de wolven gaan kijken’. Koel zegt ze: ‘Ja, moar kpeize nie da ge der vele goat zien’.

Ik profiteer van de afdaling vóór de klim en gooi me vol overgave tegen de berg, maar helaas werkt de zwaartekracht me sterk tegen. Op de kleinste versnelling kom ik puffend boven en verlang naar Laarne, desnoods naar ‘Schellebelle 1919’. Op een drafje naar de Tobbe met naast mij Eric, die gisteren drie kwarttriatlons  heeft gedaan. Ik kijk naar hem en zie een heremiet die de calorieën uit zijn geest haalt. ‘ t Zit allemaal in ’t koppeke’.
Als een adelaar die uren boven zijn prooi heeft gecirkeld, stort ik mij op de Tripel Hop. Met de nadruk op tripel.

Het zondagse genot wordt gekeeld door een schelle ringtone. Een niet nader genoemde Trapper neemt op en zegt: ‘Binnen tien minuutjes!’.
Allen op de fiets en linea recta naar huis.

Kwadratuur van de cirkel

zondag 4 mei 2014


Reebok in mosselstad
4/5/2014 – De lente kriebelt fris voor een vierde mei en knabbelt aan vingers en tenen. De Trappers warmen zich op aan de zonnekant van de Molenstraat en maken zich klaar voor een ietwat langere rit naar onze noorderburen. Nederland ligt maar 20km boven Gent, dat we doorkruisen langs Dampoort en Muide (‘Dampuurte en Moije’).
Gent ‘negeduust’ is waar mijn wiegje staat en bij de stadspoorten krijg ik de hartenklop en mijn Garmin geeft dat zowaar aan. Even later schiet de Garmin van Joris uit zijn houder en kaatst door het peloton. Er is tussen beide gebeurtenissen geen verband.

Via Evergem, Sleidinge, Kaprijke en Bassevelde smokkelen we onszelf via Boekhoute de Hollandse grens over en rijden Philippine binnen. Wie heeft hier nog nooit mosselen gegeten bij de familie Wiskerke? Helaas, in mei rijpt de mossel rustig op de bodem van het zilte Zeeuwse water. Banaan en mueslireep blijven ons enige soelaas.
Er wordt jachtig gereden door de luipaarden, zo jachtig dat in Sas van Gent een reetje dwars door onze groep een bosje inspringt. ‘k Peizdege dat nen ont woart, moar neent, ‘ t woas een reebokske’. Ik hoor de kritische lezer al zeggen dat dit niet kan, maar het is de algehele waarheid en niks dan de waarheid. Reeën in Sas van Gent!

We steken het Kanaal Gent-Terneuzen over en wel via de brug waar Willy ooit zijn trouwring verloor. Elke club kent zijn iconische momenten.
We keren nu terug richting huis langs achtereenvolgens Zelzate, Zaffelare en Zeveneken, een alliteratie die een beginnend dichter zelf niet kan bedenken.

De hazewinden zitten al op het terras van de Wastobbe en verwelkomen ons met het gegrinnik van zij die eerst zijn. Katrien trakteert met brandende soep op haar honderdste Stravakroontje.  
Janet ziet eruit als een Oekraïense betoger en probeert haar blauw oog onder een zonnebril te verbergen. Ze vertelt een verhaal dat niemand gelooft over een spade en grond omwoelen… Volgende keer de giek op je surfplank wat hoger zetten Janet!
Vermoeidheid kan bij fietsers onverwacht en hard toeslaan
 

zondag 27 april 2014


Leap of Faith
27/4/2014 - Nog maar tien minuten van huis en een gsm’end meisje rijdt bijna op mij in. Ik roep en zij zegt  ‘oei’! Hadden we nog maar Lernout en Hauspie, dan konden we nu spraakgestuurd sms’en.

‘Tweeëntwintig man in den A vandaag’, zegt de voorzitter. ‘Pardon, twintig man en twee vrouwen’, corrigeert hij zichzelf. Katrien en Elke kunnen bovendien hard fietsen.
We rijden vandaag richting Zottegem alwaar zich enkele onaangename bodemverheffingen bevinden. Al in Baaigem krijgen we een stevig hellend kasseitje te verteren en daarna gaat het alleen in stijgende lijn. Als liefhebber van de laagvlakte weet ik dat Zwalm, Roborst en Sint-Goriks-Oudenhove alleen te genieten zijn bij valavond op een terras en met een kroes bier.

Erwetegem en Godveerdegem zijn namen die tot de verbeelding spreken, zeker omdat Kristof zegt dat we nu het verste en hoogste punt van de rit bereikt hebben. Er ontvouwt zich inderdaad een mooi vergezicht voor onze ogen en niks lijkt in de buurt hoger dan waar wij rijden.
Séba propt twee rozijnen uit zijn kartonnen doosje in zijn mond, geeft twee stevige pedaalslagen en schiet vooruit… onheil dus. Erwin komt naast me en zegt: ‘Zie je die kerk daar? Daar moeten we naartoe. ’t Is ver en steil’. Merci Kristof!  Ik zie een bord met Sint-Antelinks, waag nog snel een oog aan de kerk en besluit dan alleen nog naar mijn ketting te kijken tot boven. Als ik gefolterd word, hoef ik mijn beul niet te zien.

Freddy V komt naast me rijden en zegt: ‘k Zit nie goe jong, ‘k ga altijd te laat gaan slapen, maar ‘k ga der wel deurkomen op ’t vlakke’. Net dan krijgen we in Sint-Lievens-Houtem nog dat venijnig bocheltje Diepestraat genaamd.
Het einde is in zicht en Katrien probeert nog een kroontje te sprinten op de brug in Wetteren, Strava weet je wel.

Wie in de kroeg zijn tijd verslijt is versleten vóór zijn tijd, maar ik wil toch even op adem komen in de Tobbe. Ik neem een Fanta als aperitief en een aspergesoep als voorgerecht. Vanmiddag kijk ik naar Luik-Bastenaken-Luik. Weten jullie wat het verschil is tussen de Vlaamse en de echte Ardennen? In de echte Ardennen zijn de daken niet rood maar grijs. Zeg dat ik het gezegd heb!
Leap of Faith, Sofie Müller, Kasteeldreef Laarne
 

dinsdag 22 april 2014

De Heer van Herzele
 
21/4/2014 - Een pittig ritje, eerst in zuidelijke richting naar Aalst en Ninove en dan weer omhoog via Sint-Lievens-Esse, Sint-Lievens-Houtem, Herzele en Oordegem naar Laarne. Maar liefst vier keer kruisen we vandaag de E40, waarop de zonnezoekers naar een Paasweekend aan zee tuffen. Pasen, het grote chocolade- en cholesterolfeest dat nu eigendom is van de supermarktketens.

De protagonisten van elke week hebben gisteren de ‘Van Peteghem’ gereden. De punch is er wat uit en als er al een slag wordt uitgedeeld, is daar weer die dekselse wind.
Over deksels gesproken. Die worden tegenwoordig met karrenvrachten gestolen. Malafide ijzersmelters proberen er hun voordeel mee te halen. Nog meer uitkijken dus op Vlaamse wegen. Ergens tussen Mere en Ede onze wekelijkse geblokkeerde spoorwegovergang. De verkiezingen zijn in aantocht en dan mag iedereen zien hoe goed de politiek aan de mobiliteit werkt.
Geen gebrek overigens aan reclame voor 25 mei. ‘Le nom d’un fou se trouve partout’ is het Franse gezegde en alle strekkingen hebben hun kopmannen en -vrouwen strategisch in stelling gebracht. Christoph d’Haese, burgemeester van Aalst, maakt lachend met twee vingers het vredesteken. Freya Van den Bossche steekt een vermanend vingertje in mijn richting. Carina Van Cauter houdt de kin vast tussen duim en wijsvinger en kijkt peinzend in de ruimte. Niemand met een pukkel of een rimpel. Die zijn aan het penseel van de airbrusher blijven hangen.
 
We rijden voorbij de burcht van Herzele, ooit in bezit van de Heer van Herzele. Hij ging als kruisvaarder in Palestina vechten voor het Christendom. Vier eeuwen later werd de burcht aan flarden geschoten door de Spanjaarden, eveneens katholieke zwaardvechters… Geloof, ik zal het nooit verstaan.

Tegen het einde van de rit, in Westrem denk ik, wordt er nog eens stevig doorgereden tot de groep breekt en één lange serpentine wordt. Daarna rustig weer naar huis en kijken naar de Amstel Gold Race op tv. 

Gewassen en klaar voor volgende week


zondag 6 april 2014


Boomchirurgie
6/4/2014 - In en om Oudenaarde staat een leger van fietsliefhebbers schouder aan schouder om de hoogste hoogmis van het jaar te vieren: De Ronde! Vandaag alleen woorden als kracht, moed, doorzetting, opoffering en sterven. Behalve in de VIP-tenten natuurlijk, waarin het comfort elk jaar stijgt en de decadentie in de gulzige kelen stroomt.

Niets van dat alles bij de Trappers, die solidair met de renners hun wekelijkse tocht rijden. Een tochtje dat eerder kabbelt, geen één die er vaart achter zet. Tijd genoeg om te keuvelen over het verschil tussen een water- en een windmolen. Bij de ene moet het daarna naar boven, bij de andere naar beneden!
Pechritje wel, met één val en twee technische pitstops. Freddy V is zo onder de indruk van de amazones op een manege in de buurt van Vurste, dat hij de gracht in duikelt. Het levert hem alleen een bruine rechterkant op, de andere mankementen had hij voordien ook al. Martin toont tijdens het voorval zijn kwaliteiten als boomchirurg (zie filmpje).

Even verwarring ook in Oordegem bij de brug over de autosnelweg. Verboden erover te rijden en een man op een fiets die ons toeroept dat ‘de brug afgebroken is’. Kristof wil liever eerst een kijkje nemen. Blijkt dat het kleinood er nog ligt en met enig ‘boots-on-the-ground-werk’ toch over te steken is. Het brugdek is wel een Vlaams receptje van klinkers, kasseien en asfalt. Inderdaad tijd dus voor een oplapbeurt.
Na Massemen Ploatse weer een technische stop, wij rusten even uit op een bankje en proberen de energiepolitiek van Europa op te lossen. Dat het toch allemaal zo gemakkelijk niet is…

De kilometers zijn voorbij gevlogen en ik pedaleer richting huis zonder bezoek aan het verversingskraam. Ik wil snel voor de tv.
Het gekakel van Michel Wuyts en José De Cauwer wiegt mij zachtjes in slaap tot 80km voor de meet, dan een koffie en dan… kracht, moed, doorzetting, opoffering en sterven!

maandag 31 maart 2014


Redt-U-Zelven (1925)
30/3/2014 - Het zomeruur lokt vijf slechte verstaanders om halfnegen naar de Tobbe. Even de voorzitter gebeld, die als de gesmeerde bliksem ter plaatse komt om de schade op te meten. Een beslissing van de Duitse bezetter in 1914, namelijk prutsen met de klok, speelt mij anno 2014 nog parten. Het is als een obus die je na 100 jaar boven haalt en ontploft.

De voorzitter is in de haast zijn kluts vergeten en pas dicht bij het Donkmeer wordt zijn afwezigheid opgemerkt. Hij zal later op de route aanpikken!
Het land rond Aalst moet vandaag onze rijwielwoede ontgelden en met flinke tred gaat het door dorpen als Impe, Vlierzele, Oordegem, Affligem…

In Gijzegem zijn we zowaar getuige van een Tai-Chi-spektakel. Een grote groep dorpelingen maakt met het gezicht richting opkomende zon, trage, sierlijke bewegingen. Als het waar is dat de Pekinezen binnenkort de wereld zullen overheersen, zijn ze hier alvast voorbereid. Alleen nog een paar gelakte eenden aan het kippenkraam en Gijzegem wordt Gixinxiam.
De rit meandert sterk en ik heb moeite om na iedere bocht weer aan te pikken. En dan is er een nog nooit geziene 2km-lange hellende kasseistrook. Gedaver en gebots maken zich meester van mij en mijn fiets en ik wens dat ik nooit geboren was of tenminste vanmorgen het verstand had gehad in mijn sponde te blijven. Om het in het lokale dialect te zeggen, kom ik weer op het asfalt met ‘Twie ra oiren in e penneken gekloesjt’.

Ik ben blij als we de Dender oversteken in Fabrieksstad Aalst. Rechts de aluminium doos van Amylum (Tereos nu) en links de mooie gevel waarop staat: ‘Redt-U-Zelven’, het motto van de landbouwersoöperatieve die het gebouw in 1925 optrok. Dat is het Frank, redt-u-zelven, trekt euwe plan…
Eén lang feest terug naar Laarne wegens het overvloedig afdalen, sportactiviteit die ik koester als de liefdesvlam.

Ice cream, ice cream, we all scream for ice cream...

maandag 24 maart 2014


Paddentrek
24/03/2014 - De gewone zondagmorgenpraat. Wie zal er winnen vanmiddag? In die door regen getreiterde Milaan - San Remo.  En dat het toch beter is dan vorig jaar, want toen lag er nog sneeuw.

De wentelwiekers draaien vervaarlijk snel vanmorgen, er wordt elektriciteit gemaakt dat het geen naam heeft. Het betekent wel dat we alweer tegen de wind fietsen. We verkennen de bovenkant  van Gent en rijden via Beervelde en Zaffelare naar Wachtebeke. Heel rustig, niemand op straat. Eén enkele man loopt in zijn tuin mollen te vangen. Het tempo ligt al hoog en zoon en kleinzoon De Wilde nemen het voortouw. André en Jeanette hebben hun beste genen doorgegeven.
We suizen voorbij het Provinciaal Domein van Wachtebeke en een paar  tellen later krijgt Katrien een geschenk uit de hemel op haar zonnebril. Niet dat het haar stoort om het Kloosterbos te herkennen, groene long in de achtertuin van Arcelor Mittal. Geen piketten te bespeuren bij ‘Sidmar’, Lakhsi Mittal mag zich nog eens keren in zijn dure bed in Kensington.

Zelzate ontwaakt en op de markt krijgen de cafés hun eerste stamgasten over de vloer. ‘Geef bloed’ , staat er op een grote spandoek. Een verslapen Zelzaatse steekt , snel aan haar sigaret trekkend, nog voor onze wielen de straat over.
Niemand die nog weet dat hier in 1893 René Vermandel het daglicht zag, in de jaren ’20 winnaar van de Ronde van Vlaanderen en tweevoudig winnaar van  Luik-Bastenaken-Luik. De tijd vermoordt alle helden! Als eerbetoon aan René trappen de gebroeders Nimmegeers zich naar de kop. De wind kent  geen genade meer als we over het Kanaal Gent-Terneuzen weer richting huis fietsen. Even halt houden om de regenjasjes aan te trekken en dan een leerrijke tocht door de Gentse haven waar Tsjernobil-achtige structuren zij-aan-zij staan met nieuwe industrie.

Een ontdekking ook, de jachthaven van Langerbrugge! Dan over Meulestedebrug, al vijftig jaar icoon van verkeerschaos, en langs de New-Orleansstraat richting  stal. Het bevalt de Gentse chauffeurs niet dat we in groep rijden en ze toeteren als binnenvarende pakketboten. Gentenaars kunnen zo pedant zijn, nietwaar ondergetekende?
We zien de Schelde en haar riet, dat bijna tot op het rimpelende water buigt. Even later persen we alles uit de kas langs de E17. Op het einde van de ‘vrije zone’ staat een bord: ‘Opgelet: paddentrek!’.

Zo traag rijden we nu ook weer niet...

zondag 16 maart 2014


Poetin
16/3/2014 - De grauwe soep die gisteren door het zwerk kolkte, heeft in de nacht plaats gemaakt voor een helderblauwe cocktail met de zon als schijfje citroen. Er is alleen die strakke wind, die het plaatselijk iets onaangenamer maakt in het zadel. Het gaat meteen hard in dit voorjaarsritje, hoewel de meeste luipaarden nog dikke kuiten hebben van de Omloop van Vlaanderen.
In Munte worden we meteen een ‘nijdigaard’ opgejaagd en aan het einde krijgen we de Lange Munte als vastenspijs. We zijn immers nog in de veertigdagentijd. Tussen Munte en Lange Munte liggen Dikkelvenne, Baaigem en St-Lievens-Houtem, dorpen die in galop veroverd worden.

Onderweg toch nog even tijd om de stijlbreuken op te merken in de bouwwoede van de Vlaming. Waar elders kan je broederlijk naast elkaar een Spaanse haciënda, een pastoriewoning en een modernistische kubus zien?
In Vlaanderen is ook alles langs de weg te koop. Ik som even op: dwerggeitjes, ‘nieuw’ fruit, aardappelen, gebraden kippen…

Tijdens de rit steekt ondergetekende even de draak met Freddy Bianchi, die niet voor de clubbroek heeft gekozen maar voor iets wat lijkt op figuurcorrigerend ondergoed. Kwestie van de buikwand wat te helpen bij het ondersteunen der ingewanden.
De zonnecrème, die ik rijkelijk heb aangebracht, bereikt mijn ogen ter hoogte van Laarne, waar ik te horen krijg dat we nog niet de benodigde kilometers hebben. Christoph zuigt meteen een toertje uit zijn duim en gidst ons via Harry Malter naar de Wastobbe. Even voorbij het dierenpark jogt ons een blondine tegemoet en een paar Trappers willen meteen van sporttak veranderen.

Ter Tobbe groeit de overmoed met elke Duvel Tripel Hop (9,5%): “We gaan zaterdag den Ename rijden, ’t zal wel al uitgepijld staan”. Daarna: “Als ge naar d’Alpen gaat, moet ge zeker doen: de Galibier, de Glandon, de Madeleine en de Croix de Fer”. Tenslotte wordt overwogen om met de fiets naar Rusland te rijden.
Poetin zal het graag horen.

De Wastobbe: in uniform en met stijl, 16/3/2014

zondag 2 maart 2014


De Mens
2/3/2014 - Lage zon over het Vlaamse landschap, dat zich langzaam ontvouwt net zoals een egel dat doet nadat het gevaar geweken is.
Het liedje ‘Dampende Lijven’ van De Mens schiet me te binnen als ik de massa zie aan de Wastobbe. De kou van de voorbije nacht  laat de fietsers roken als pas gebluste huizen.
De luipaarden gooien de tang in het vuur maar ondergetekende laat zich verleiden tot een koffieklets met de sympathieke hazewinden en moet in het wiel van Freddy V meteen 500m goedmaken.
De winter was mild, maar zoals iedereen weet is maart een vuile taart. Op sommige delen van de weg rijden we dan ook over wat lijkt op geplette eclairs.

Een mooi lusje rond het Donkmeer tot bijna in Waasmunster en terug, dat staat op het menu. We passeren het gehucht Avermaat en denken aan de onfortuinlijke Greg Van Avermaet, die gisteren de wegversmalling aan frituur ‘De Gouden Saté’ niet goed heeft ingeschat en zo een wieltje tekort kwam op het Sint-Pietersplein. Gentse studenten zullen die fout niet licht maken. Het overgrote deel van de daar geschilde frietpatatten zijn immers voor hun magen bestemd. Wie daar nog nooit een frietje heeft gestoken, werpe de eerste steen.
Ik dwaal af, terug naar de rit. ‘In onze noodwendigheden aanroepen we weer Maria’ in Zele maar het haalt weinig uit. Steven kiest het trottoir en van alle kanten wordt ‘plat’ geroepen. “ ’k Heb het gevoeld, ’t was een steentje”, zegt Steven, die er koel bij blijft en onmiddellijk zijn gereedschapskist bovenhaalt. Wij verpozen, niet geheel met tegenzin, met een slokje en een reepje. Kristof geeft Eric wat technische uitleg over carbon en de gevoeligheden ervan. Ik bestudeer het naambordje aan de gevel van de veearts waar we staan. Ik lees iets van: puppysocialisatietraining. Goed idee, maar zou bij een Pitbull de algehele verwijdering van het bijtporselein niet beter zijn?

Onze groep zet zich weer in beweging om kort daarna voor de overweg weer halt te houden. De TGV Lokeren-Sint-Niklaas zoeft voorbij. De slagboom gaat omhoog en Steven wordt verschalkt door een man gezeten op een antieke vélocipède. Enig opzoekingswerk van de redactie wees uit dat hij Napoleon nog persoonlijk heeft gekend.
Het laatste stukje is flink lastig, de wind zwelt aan. Plots voel ik echter een duwtje in de rug dat me vlot tot de Tobbe brengt. Er is nog geen soep en ik stel me tevreden met twee rozenbotteltheetjes terwijl ik een conversatie volg over de fietsapp ‘Strava’.  Kristof zegt: “ ’t Is gemakkelijk, ge moet niets doen, alleen uw gsm moet aanstaan.”
Dat lijkt me wel wat, niks doen…              

Stilleven, de Wastobbe, 2/3/2014
 
 

donderdag 16 januari 2014


Verveling
16/01/2014 - De natuur raakt niet in slaap omdat de winter zich niet toont. Niks dan regen, wind en weifelende wolken. In de velden, op dikke banden, is het goed toeven. Voor zij die van modder houden!

Langs de Schelde fietsen kromgebogen pensionado’s omdat ze genoeg hebben van croissants en Zondagskrant. De takken en het gebladerte nemen ze erbij. Het hoofd naar beneden onder een immens hemeldak van treiterend weer.
Eén enkele keer wit gras onder ijs van één nacht. Ik wandel langs het Muntepad, een schoen is immers sneller schoon dan een fiets. Noem het luiheid of intelligentie, het maakt niet uit. Het kraakt hier en daar onder mijn voeten. Het is vroeg, ik ben alleen met mijn geliefde.

Of toch niet. Een vrouw met een hond, die een rokend pakje achterlaat. Mijn gelaat tintelt als ik naar de kerk van Baaigem kijk. Een beetje winter doet deugd. We lopen richting Molen, daar aan dat mooie huis waarin iedereen wil wonen.
We lopen de kasseien op en in een modderspoor staat een bandafdruk van een vroege fietser. Een flandrien die net als de luipaard liefst in de vroege morgen jaagt.

Over acht weken behoor ik ook weer tot de jachtluipaarden, of zullen het de hazewinden zijn?

Spoor van de jachtluipaard, Baaigem 12/01/2014

zondag 25 augustus 2013


Don Fredo
25/8/2013 - Alfred Hamerlinck laat bij niemand een belletje rinkelen, zelfs niet als we in Wondelgem in pittige kadans voorbij het door hem in 1940 geopende café ‘Don Fredo’ draven. Don Fredo (1905-1993) was een wielervedette in zijn tijd. In 1931 twee  ritzeges in de Tour en één dag gele trui. In 1936 winnaar van de Zesdaagse Van Antwerpen. Drager van de koerstruien van de Franse sponsors Automoto, Général Lucifer en Dilecta. In 1927, toen de gemiddelde Vlaming nooit verder dan tien kilometer van zijn erf kwam, reed Alfred de Vuelta Ciclista al País Vasco. Jawel, de Basken rijden al lang op twee wielen!

Als jong ventje ging ik met mijn oom eens een cola drinken in dat café, enkel en alleen om die ridderlijke figuur eens van nabij te zien. Plots kwam hij uit de keuken binnengewandeld en dat beeld, dat beeld... wel, dat zag ik weer toen we er voorbijreden. Charisma van kop tot teen!
Maar goed, er volgen nog 100 kilometer en het is maar goed dat Steven en Jürgen de roedel leiden want hoewel Frank Deboosere weer een voorspelling heeft gedaan die in een andere stiel tot ontslag kan leiden, staat de wind hard in het gezicht. Het tempo is jachtig, gepast voor jachtluipaarden. Reisdoel: Ijzendijke in Zeeland. Reisafstand: 120 kilometer.

We galopperen voorbij Paris-Texas in Ertvelde en - toeval of niet - we passeren ook Assenede, geboortedorp van Alfred Hamerlinck. Iedereen kijkt voor zich uit, 33km/uur is geen mijmersnelheid.
Geen mijmeren mogelijk over het vissersverleden van Boekhoute, hoewel de provincie Oost-Vlaanderen overal borden met uitleg plaatst. Die zal ik dus allemaal lezen als ik met pensioen ben.

Het bezoek aan Nederland is kort, hoewel, ik houd wel van de Zeeuwen. Ze zijn Vlaamser gebekt dan de echte Hollanders, zijn gastvrij en serveren prima mosselen. Waterlandkerkje en Turkeije en we hebben het gehad, weer naar het vaderland.
Sint-Margriete, Bentille, Kaprijke, Waarschoot en we ruiken Gent. Niet spijtig want de snelheid en de kilometers beginnen te wegen. Ter hoogte van Halewijn gaat het richting Laarne.

Ik voel me prima op Drongenbrug en trek eens door, niet uit hovaardigheid maar wel van blijdschap omdat ik mijn Gentse torenrij zie. Maar ja, Gent is Laarne niet en dat moet ik bekopen. De Jozef Plateaustraat doet me de das om en er volgt een accordeonrit tot aan de Wastobbe.
Gelukkig zijn er af en toe een paar stuwende handen (weet je nog Alain?) die me tot de koord brengen.

Van de week koop ik een bak Fristi!
Alfred Hamerlinck, alias 'Don Fredo' (1931)

zondag 28 juli 2013


Marie-Louise
28/7/2013 - Het klank-en-lichtspel van de afgelopen nacht is gespreksonderwerp nummer één tijdens de eerste kilometers van de rit. Alleen de Gentse Feestengangers hadden van bliksem en donder niks gehoord. Zelfs dwars door de regen hadden ze gedanst.

Vandaag een mooi lusje aan de Oostkant van Laarne, meer bepaald langs de majestueus meanderende  Schelde. De hitte van de afgelopen dagen houdt zich even afzijdig en er kan van lekker fietsweer gesproken worden.
Mooi mee in het pak, bijna inspanningsloos, ware het niet van de vele bochten. Het vele optrekwerk maakt het dan toch weer een tikkeltje uitdagend. Het ontwijken van bladeren en takken, rijkelijk gezaaid door het onweer, eveneens.

Galanterie van Kristof, die met een mooie backhand een daas, ofte paardenvlieg, van het achterwerk van Paul veegt. ‘Ja, die beesten ruiken nog het bloed op die spuitvlek’.
We zien aan de overkant het palingdorp Mariekerke en ook St-Amands. Een graftombe die uitkijkt op de Schelde, de laatste rustplaats van schrijver Emile Verhaeren, de bekendste telg van het dorp. Verhaeren schreef bijna uitsluitend in het Frans. In 1916 verongelukte hij toen hij in Rouen op een rijdende trein wou springen.

Het tweede deel van de rit wordt een stotterende opeenvolging van lekke banden. Freddy, ook bekend als de vlasspinner, begint aan een calvarie van drie herstellingen van eenzelfde band. Bij het oppompen van die band na één van de reparaties zegt hij dat het ‘moeilijk is om hem hard te krijgen’. Een anonieme Trapper zegt daarop dat hij ‘toch onder een pruimenboom staat’. Alweer een bewijs dat een Trapper scherpzinnig blijft, ook wanneer fysiek uitgedaagd.
Terwijl een deel van de groep bij de derde time-out uit verveling een Marie-Louise doet op de Scheldedijk, is het Kristof die uiteindelijk ziet dat er een stukje metaal in de band zit. Een andere anonieme Trapper zegt dat je ‘met kinderen en oude mensen niks anders dan last hebt’. Freddy zwijgt en pompt.

Gezien we tot dan toe opgeschoten zijn als een luis op een teerton, wordt de kadans flink verhoogd tot in Wetteren. Ik beperk mij tot contemplatie van het landschap.
Met geheven hoofd arriveren we in de Wastobbe, het record lekke banden per rit is met vijf nog steeds in handen van de hazewinden.


zondag 21 juli 2013


Van Filip naar Froome
21/07/2013 - Pas halfnegen maar het lijkt wel alsof de duivel de hel al heeft aangeblazen boven het landelijk woondorp Laarne. De feodale burcht ziet er trotser uit dan gewoonlijk, het is natuurlijk geen dag als een ander. België krijgt een nieuwe koning, de zevende Coburger op rij, en zijn naam is Filip. Jammer dat we nu Paola minder te zien zullen krijgen.  Wat was - en is - dat Italiaanse prinsesje toch popmooi.

De plechtstatigheden van vanmiddag zullen  iedereen voor  de hartverscheurende keuze plaatsen: Tour of troonswissel?
Momenteel maakt het nog niet uit. De luipaarden vertrekken richting Vlaamse Ardennen, dit ter onderstreping van de Vlaams-Waalse vriendschap op deze royale dag maar vooral om Eikenberg, Varent en Molenberg op te fietsen. Drie kasseistroken, in de volksmond ook wel kalseides genoemd.

Naast mij opnieuw mijn buurman Eric, die het blijkbaar leuk heeft gevonden en nog meer van de matrak wil, dit keer bij de luipaarden. Eerst een mooi intermezzo over de ribbelstroken langs de Schelde. Ik ontwaar kunst in die evenwijdige stroken: even absurd als Magritte, even strak als een patroon van Mondriaan. Schoonheid ligt in het oog van de kijker!
Na ongeveer 50km is het zover. Geen verstoppen meer in de groep, ieder voor zich. De Eikenberg biedt met zijn asfaltstroken links en rechts enig soelaas maar de zon begint toch flink te steken. Mijn zweet parelt niet langer, het gutst van onder mijn helm.

Een korte stop boven op de Kokerelleberg en even de tijd om van het koren te genieten dat meewalst met de wind. De Varent is bijna uitsluitend in asfalt, maar aan het einde volgen nog een paar dikke kasseien. Het gevoel dat nadat je de afwas hebt gedaan er nog iemand met drie glazen de keuken binnenwandelt.
Dan de Molenberg, nog geen 500m lang maar vol met handgekapte kasseien. Niet nauw aansluitend gelegd, de spleten ertussen herbergen met grote waarschijnlijkheid grote kolonies duizendpoten en oorbeesten.  Ik vertrek te groot en sterf een onfortuinlijke dood.

Op de top geeft Martin het signaal om terug richting Laarne te rijden. Hij moet immers nog zijn barbecuevlees afhalen.  Volgt het beproefde recept: met hoge snelheid door Oosterzele en zonder tempo te minderen via de Geraardbergsesteenweg naar brouwerij Huyghe. 
Nooit smaakt een pint zo lekker als bij dit heerlijke weer. Maar als het bier op is, dan komt het zinksel in ’t glas. Maar dat zinksel zit blijkbaar in mijn dijen als ik naar huis fiets.

Vanmiddag ga ik wat zappen: van Filip naar Froome!

dinsdag 9 juli 2013


Mokerslag
7/7/2013 - De doemdenkers zitten thuis cynisch te zijn en de planeetopwarmers staan netjes in de rij op de E40. Uitmaken wie gelijk heeft is te moeilijk voor mijn hoofd, maar ik wil wel eens weten hoeveel  energie de Trappers in al die jaren bijeen gefietst zouden kunnen hebben.  Wie rekent dat eens uit? Dat is pas groene stroom.
Met een nieuwe, blitse Merckx EMX-1 tussen de benen rijdt mijn buurman vandaag met mij mee naar Laarne. De Dreef verschaft amper schaduw en het aangezicht van die nieuwe afgeplatte kasseien en die delicate boompjes, ondersteund door houten palen, zijn aandoenlijk.  Zeker tegenover dat machtige kasteel.

We begroeten de Trappers en komen meteen aan de weet dat Jean-Pierre niet mee zal rijden.  Hij heeft in zijn vinger gezaagd, zeven draadjes nota bene. Wie kent nog Vlaanderen uit het hoofd? Juist: Johnny. We volgen hem op een vlakke tocht via Zevergem naar De Pinte. Het is redelijk stil in de groep. Iedereen geniet blijkbaar van deze eerste fietszomerdag. Op een bepaald moment word ik omringd door louter paardenstaarten. De vrouwen hebben het vandaag voor het zeggen. Ik trap me uit de omklemming naar voren en schaar me weer aan de zij van mijn buurman.
Zwijnaarde, De Pinte en Zevergem, vroeger uithoeken waar een mens van stand niet kwam, zijn nu elegante dorpen waar alles netjes geveegd lijkt en het gras gemillimeterd is. Vandaag leer ik trouwens dat gras in het Laarns ‘gas’ is. Met mijn Gentse ‘gès’ in mijn mond, krijg ik dat niet uitgesproken, evenmin als het Laarnse woord voor paling ofte ‘poojlink’.

Het zal de lezer niet ontgaan zijn dat hij van de verslaggever geen technische ritdetails moet verwachten maar eerder een opsomming van onbenulligheden.
Ons verste punt is Ouwegem, dan wordt gekeerd en via Gavere en Bottelare teruggereden. Niet alvorens lek te rijden in de buurt van Nazareth. De bijwerkingen van het fietsen kunnen hoogst onaangenaam zijn.

Toch nog een sprintje op het einde en Dirk gaat oppermachtig als eerste de Achterdreef in. Tegen die krachtige pedaalslag heeft  niemand een antwoord.
Geloof het of niet: iedereen zoekt schaduw in de Tobbe.

Juli heeft een mokerslag uitgedeeld!

zondag 30 juni 2013


De 3 M’s
30/6/2013 - In welk hogedrukgebied mag de zon zich dan wel verstoppen? De straten zijn vanmorgen leeg omdat iemand met een beetje vakantie en een beetje hersens al op weg is richting zuiden. Waarschijnlijk al in de file maar zonder stress. Wetende dat de zon elk moment zal doorbreken. En die weerberichten die ons toch zo depressief maken. Waar is toch Armand Pien, die het allemaal niet zo cynisch bekeek. Aan het einde van het slechte nieuws haalde hij een reuze aardappel boven of een wortel in de vorm van een Sojoezraket. En iedereen tevreden naar bed.

Lange mouwen, korte mouwen? Janet twijfelt niet en pronkt met een flink stuk bakpapier dat de wind van haar frêle lichaam moet afweren. De oven hoeft bij thuiskomst niet meer voorverwarmd te worden!

Vandaag gaat het dus naar ‘de muur’ in Geraardsbergen. De stad van de 3 M’s: Muur, Manneken Pis en Mattentaarten. Ik zal alleen de muur zien en een rommelmarkt aan de voet ervan. Zo geconcentreerd ben ik over mijn stuur gebogen.  Na een kort intermezzo in Gontrode, waar we een zwaai moeten maken om de kermis niet te verstoren, trappen we in een pittige kadans zuidwaarts, net als de zonnezoekers dus. We krijgen zelfs begeleiding van de vrijwillige brandweer van Wetteren.
In Geraardsbergen rijden we over een keistijl brugje en op de top ervan zien we ‘de muur’ voor ons liggen.

Tot onze verrassing zien we Erik van de luipaarden met zijn fiets aan de hand over de rommelmarkt lopen: ‘Ich heb mene fiets kapotgetrap jong, op de muur jong, heel mene derailleur kepot, ich ga mien vrouw belle!’
Ik vertrek snel maar word ingehaald door Katrien en Elke. In het gedeelte tussen de bomen bots ik op en neer op de kasseien en moet voor 50 meter een pied-à-terre zoeken. Jammer. Ik kom toch op de fiets boven bij de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Oudenberg. Het uitzicht over de streek is mooi en vanaf nu rijden we huiswaarts.

De dorpen langs de weg zijn nieuw voor mij: Grimminge, Smeerebbe-Vloerzegem. Waar halen ze die namen toch? Ik herken plots Herzele en mijn benen worden lichter. Even verder in St-Lievens Houtem drapeert Véronique met haar lange lichaam het trottoir. Jean-Pierre en ikzelf aanschouwen op de markt een flinke stier. Het dier heeft een ring door de neus geboord, als teken van verknechting. Alleen de insecten, de vissen en wat knaaggedierte worden door de mens nog een vrij leven gegund. Als ze tenminste van ons eten blijven.
De Wastobbe glimt dan toch in de zon en ik laat ze gul over mijn vermoeide lichaam schijnen. Ik droom er al van om vanmiddag zachtjes in slaap gewiegd te worden door het klapperende geluid van de helikopters boven het tourpeloton. Ik weet dan nog niet dat Jan Bakelants iedereen aan zijn degen zal rijgen.

zondag 16 juni 2013


Adhemar
16/6/2013 - Radio 1 gooit de nieuwe van Stromae in de ether vanmorgen. ‘Tu étais formidable, j'étais fort minable…’ Zijn song brengt mij in de juiste beat om te vertrekken. Veel schoon volk aan de Tobbe maar geen Jean-Pierre. Wat getalm omdat iedereen de Berendries kent maar niet weet waar hij ligt. Dat zal wel! Samen met Willy raapt ondergetekende alle moed samen, op zoek naar de vermaledijde helling. Via gekende en ongekende paden belanden we in de buurt van Zottegem op zoek naar het pijltje Michelbeke.

Johnny haalt plots een kaartje uit zijn fotografisch geheugen en gaat naar de leiding. En plots ligt daar, in de achtertuin van De Croo,  het juweel van Michelbeke . Geen houden aan Elke, die het sissende serpent met een paar omwentelingen elegant de kop afbijt. Familie Van Pouck houdt ook twee vingers in de neus. Alleen Willy ontbreekt op het appel. De ideale klim voor hem maar een bus blokkeert zijn tred. Dedzjuu! zegt men in ’t schoon Vlaams.
Katrien belt aan bij een villa op de top van de heuvel en vraagt of ze haar neus mag poederen. Geen probleem, Vlaanderen is van iedereen! Wat een verschil met Janet, die onlangs nog vrede nam met een huis in opbouw. Een beetje stijl mag!

De constateur tikt en duiven zijn gemaakt om te vliegen maar ook om te ‘vallen’. Al 40km op de teller en dus terug naar Laarne onder een veelbelovend zonnetje.  Wat tijdverlies door een lekke band maakt de studenten in de groep wat nerveus. Dikke cursussen anatomie liggen klaar om beduimeld te worden.
Opvallend veel fietswinkels op onze weg vandaag. Naast een zaak die ‘Cameleon’ heet , een kantoor waar men ‘krediet op maat’ geeft. Het zal toch niet waar zijn dat de Vlaming na een baksteen nu ook een fiets op zijn maag heeft zeker.

Ergens in de buurt van Munte begin ik mijn oriëntatie terug te vinden. Naast de kerk een flinke duik en zo inspanningsloos naar Oosterzele. Nog even toont Johnny mij waar hij geboren werd, aan de Zink. In zijn tuin stond – en staat – een bunker. Een restant van de Gentse verdedigingsgordel die in de jaren ’30 van vorige eeuw gebouwd werd. Militair nooit gebruikt maar wel ideaal om aardappelen in te bewaren.  Even voordien waren we trouwens een aardappelautomaat voorbijgereden. Waar gaat het toch heen met deze wereld. Als zelfs de boeren het werk uitgeven aan de robots.
Even voorbij de wieg van Johnny zit Adhemar , zoon van Nero, rustig op een bankje. In Munte was Adolf Neels  lang pastoor, hij was de broer van striptekenaar Marc Sleen. Sleen is dus een anagram van Neels.

Wat je bij de Trappers toch niet allemaal leert.

zondag 2 juni 2013


‘In uwe noodwendigheden, aanroept Maria!’

02/06/2013 - Nog maar net de deur uit en ik word al bedankt. Op een bord langs Heusdenbaan lichten groene letters op: U rijdt 26km/u. Tof, dank u! Onze tof-maatschappij. Dank zij Marc Zuckerberg is alles nu opgedeeld in ‘leuk’ of ‘niet leuk’, tof en niet tof. Als een vriend op Facebook zegt dat hij zijn been heeft gebroken heb je de keuze tussen hem een ‘like’ geven of niks zeggen. Marc Zuckerberg denkt dan ook binair, in nul en één. Geen nuance in zijn geniale brein dat onze wereld richting geeft.

Ik kom als eerste aan vandaag, digitaal is het 8u16! Ik ga op het trapje van het statige herenhuis tegenover de Wastobbe zitten, ik wil immers geen streepje zon missen. Het verkeer schuift traag voorbij en de Trappers komen één voor één toe en kiezen mijn straatkant. De dapperen van ‘La Chouffe’ zien er wat verfomfaaid uit maar zijn reeds goed ter stemme. Ik volg de hazewinden, aangevoerd door de onvermoeibare Jean-Pierre. Die lijkt na een dieet van feta en olijven wel herboren. À propos Kreta: warm en ‘leuk’ maar te veel loslopende honden.

In Lokeren laten we de tegenwind achter ons en slingeren sierlijk langs de Durme, waarvan ik alleen de bedding zie. Door het riet alleen slib en watervogels. Een lange, hellende weg leidt ons tot in Waasmunster, het dorp waar het geld met schoppen in huis geworpen wordt. Zo lijkt het toch als links en rechts grote villa’s van tussen de sparren opdoemen. Het Wase Sint-Martens-Latem. Villa’s met bijpassende voituur wel te verstaan. Dacia is hier geen huismerk. Aan de rand van het bos een rij cafés en restaurants, mooi in het gelid. Eén ervan heet ‘De Gulden Schaduw’ en de betekenis ervan ontgaat mij volledig.

Uit de bossen en weer de weg op richting Zele, oude jutestad. Ooit hoorde ik van een vriend dat er al in de jaren dertig van vorige eeuw Sikhs rondliepen die in de textielindustrie werkten. Geen cryptische omschrijvingen in de horeca hier, cafés heten hier gewoon ‘Voetbal’ of ‘Stadion’.
Bij het uitrijden van Zele zie ik een kapelletje waarop in grote letters te lezen staat: ‘In uwe noodwendigheden, aanroept Maria!’ De madonna als troost voor de paupers na het labeur in de fabriek.

We rijden naar Laarne via Overmere, daar waar ooit een kern van boerenkrijgers het opnam tegen het machtige Franse leger. Geen wonder dat in Overmere en Kalken nog steeds sterke boksers te vinden zijn. Het zit in het bloed des volks meneer!

maandag 20 mei 2013


De vlasmachine

19/5/2013 – Perfecte symbiose bestaat. Vandaag rijden de jachtluipaarden en de hazewinden broederlijk naast mekaar de verrassingsrit Johnny Vandenberghe. Iedereen opgetogen over de foute weersvoorspelling. Er staat een harde wind maar dat deert niet als de zon de wolken openbreekt. Johnny, de Trapper met weinig spaken in zijn wiel, leidt ons langs onbekende paadjes. Verrassend is het telkens weer wanneer onze aanvoerder op een saaie weg de lelijke Vlaamse lintbebouwing doorbreekt en een mooi vergezicht tevoorschijn tovert.

Galante heer ook die Johnny. Spurt telkens naar voor om aan de kruispunten de karavaan veilige overtocht te garanderen. Munkzwalm, Roborst, Velzeke, Gavere, het zijn maar een paar gemeentes die we doorkruisen. VandenBERGHE en dus gaat het op en neer. Meestal korte, nijdige hellingen. Ook eens een steile duik naar de Zwalm, dat heerlijke bijriviertje van de Schelde. De Zwalm heeft een groot verval, vandaar de vele watermolens, nu uiteraard omgebouwd tot restaurants en cafés. Gekomen albij het ‘Parasolleke’ worden enkele rake opmerkingen geplaatst. Een niet nader genoemd lid zou daar nog een paar uurtjes geleden in volle opwarming geweest zijn voor deze rit.

Aan eten zal het je in de Zwalmstreek niet ontbreken. Ook Freddy, alias Freddy Bianchi, ontbreekt het niet aan spijs. Zijn nieuwe fiets is een Museeuw flax bike, gemaakt uit 50% vlasvezels en 50% carbon. Een biofiets? In noodgevallen kan Freddy dus zijn fiets opeten of er desnoods een overlevingsdekentje uit breien.

Als we ergens een lekke band hebben, onteren we de hagen in de omtrek. Het is een vast ritueel geworden. Eén dame neemt zelfs de toiletten in beslag van een huis in opbouw waarvan ik vermoed dat de keramische afdeling nog niet is voltooid.

Veel ‘royals’ ook vandaag, Andrew en Janet zelf en ook zoon en dochter. De tweede in lijn voor de troonsopvolging ontbreekt jammer genoeg, evenals de voorzitter trouwens, die waarschijnlijk nog ligt te ronken in zijn alkoof.

Terug in Melle wat verwarring. Johnny is richting huis en wij moeten richting Wastobbe. Zoals gewoonlijk kent iedereen de beste weg en vallen we in drie groepjes uiteen. De kermisbarbecues vormen echter een stevige rookpluim boven Laarne en een paar tellen later zit iedereen samen bij een vierdelken bier.

‘Mooie rit vandaag’, droom ik als ik op weg naar huis door Heusden rijd. Plots stormt een horde communicanten in witte monnikskleren uit de kerk en moet ik flink in de remmen gaan. Vlekkeloos stappen ze snel in de auto van ma en pa.
 

zondag 12 mei 2013


Body Mass Index

12/5/2013 - Om twintig voor acht sop ik mijn boterhammetje met aardbeienconfituur in een tas koffie. Op de radio Cathy Berckx, gouverneur van Antwerpen. Het gaat over obesitas in onze maatschappij en over het heffen van belasting op suiker en vet. De journaliste belt niemand minder op dan Jean-Marie Dedecker voor een reactie.  “Al die betutteling van de staat.  Waarom verplichten ze je niet om je BMI op je pas te zetten?”, vraagt hij provocerend. “Neen, een boterhamdoos en stuutjes met kaas en hesp in plaats van aan te schuiven voor broodjes vol mayonaise. En ik was vroeger een magere judoka  en nu ben ik dik, alleen omdat ik sukkel met mijn rug. En in Duitsland is alles beter want daar is er in de namiddag geen les en doen de kinderen verplicht aan sport.” Juist Jean-Marie, Deutschlank dus !

Goed, op de politiek kan je rekenen want  de regering gaat aan ons spaargeld peuzelen, we zullen dus wel vanzelf afvallen. Ik ga alvast de calorieënstrijd aan op de fiets. De zon schijnt en dat betekent snel genieten. Over een uurtje zal ze zich weer verschuilen achter regenwolken.

Jean-Pierre en ik nemen de hazewinden op sleeptouw en zijn fluitje schalmt fel in mijn rechteroor telkens hij de richting aangeeft. Naar Gavere is de wind alleen de tegenliggers dienstig en het gaat moeizaam. Iedereen snakt naar zon en lente.  Het is wel opvallend kalm. Was het niet voor moederdag, de Vlaming bleef de hele dag in zijn sponde.

Lange rijen bij de bakkers. Vooral mannen die het menen of misschien iets goed te maken hebben. Chaotisch parkeergedrag en dubbele files bij de winkels tot gevolg.

Jean-Pierre probeert me in Munte even af te schudden door maar één keer te fluiten en naar rechts te rijden, maar even later heb ik alles weer onder controle. In Meilegem bij de Kaaihoeve en aan de dode arm van de Schelde, geniet ik van de stilte en de rust. En dan vergeet ik nog de beschutting voor de wind.

Willy lost even af aan de kop van het peloton. Hij viste zich gister naar een derde plaats maar was met zijn twaalf kilo niet zo tevreden. “Er is door iedereen weinig bovengehaald, de eerste had maar twintig kilo.” Ik probeer me die hoeveelheid vis voor te stellen als een stilleven dat ik ooit zag in het Rubenshuis . Toch eens vragen of die vis dan teruggezet wordt of in de pot belandt.

We rijden een stukje op de Via Romana, 2000 jaar geleden het eindpunt van een heirweg Bavay-Velzeke! Wat had Caesar allemaal niet veroverd met voertuigen uit carbon?

Elke wind heeft zijn keerwind en stilaan fietsen we terug naar Laarne. In de regen, want een beetje Flandrien wil het volledige menu. Bij het kippenkraam in Heusden worden de regenjasjes aangetrokken en Jean-Pierre beslist voor een extra toertje om aan het vereiste aantal kilometers te komen. Bij de Wastobbe beslis ik niet te tobben, nieuw werkwoord, en rij naar huis.

Ik spuit mijn fiets schoon en neem een douche. Moeder mag komen!